Effectieve hulpverlening: inzet van gevoelsgerichte bemiddeling

21 november 2016
Gevoelsgerichte bemiddeling
PM&C

Fase 2 - De eerste problemen

Fase 3 - Een onafwendbare breuk

Inzet van gevoelsgerichte bemiddelingsmethodes bij Raad voor Kinderbescherming en Jeugdzorg en onderzoek naar effectiviteit van 2 van deze methodes.

Wat is je betrokkenheid bij het onderwerp?

Mijn eigen ervaring was en is dat er geen passende hulpverlening is. Ik zie anderen in scheidingssituaties met hetzelfde kampen. Ik spreek namens enkele gevallen met ex-partners met lichte tot zware persoonlijkheidsstoornissen, al dan niet professioneel vastgesteld. Als een ex-partner vooral van zichzelf uitgaat, door stoornis of niet, en je voelt dat het belang van het kind bij hem/haar niet bovenaan staat, dan ga je als ouder dit niet accepteren en terugvechten. Je wordt door de rechter vervolgens als vechtende ouder en niet als beschermende partij gezien. Bij noodsituaties, zoals een ontvoering, sta je alleen, geen dokter, advokaat, hulpverlener of psychiater is bereid om in te grijpen. In lastige situaties is er vaak niemand om echt te adviseren of bij te staan (geen vingers willen branden). Bij tussenkomst van de politie kijkt die meer naar omgangsregel dan naar psychische toestand. Als aan gedrag van het kind achteraf schade te zien is, is dit vaak niet bewijsbaar genoeg om een rechter te kunnen overtuigen. Je staat gewoon zwak als je ex iemand is met een persoonlijkheidsstoornis, en helemaal als die persoon manipulatief sterk is. Rechtszaken zijn soms nodig om omgang te beperken of co-ouderschap te kunnen stoppen. Ik vind het hoog tijd dat de psychische gesteldheid van ouders, met name inlevingsvermogen, verantwoordelijkheidsgevoel en reflectief vermogen, meespeelt bij bepaling van omgangsregeling en gezag. De mensen uit mijn kring hebben gemerkt hoe slecht voorbereid medewerkers van de Raad van Kinderbescherming en van Jeugdzorg waren op persoonlijkheidsstoornissen, hoe matig het niveau van het verrichtte onderzoek en inzicht vaak is en hoe weinig ze in staat zijn om in te spelen op de gevoelsaspecten. Ik heb persoonlijk ook ervaren hoe beperkt de effectiviteit was van een erkende mediator. Wel was er een positieve indruk van de meer gespecialiseerde hulpverlening, het ‘Ouderschap blijft’- traject, met goed gevolg, tot er weer een terugval was in ziektebeeld bij mijn ex. Dan was er weer onrust: hoe verder, gaat het dit keer zonder rechter lukken? Gezag en omgangsrecht worden niet gehinderd door mentale ziekte noch bijbehorend gedrag. Je moet het eerst echt zo bont maken dat het kind klem zit, voor de rechter ingrijpt. Volgens mij is dat dan te laat. Ik weet wat het mij heeft gekost, al die jaren omgaan met een zieke ex en zoeken naar een oplossing. Het is niet uit te drukken in woorden. Het is zo onrechtvaardig om mensen die het belang van hun kinderen behartigen tegen te werken, en niet echt te onderzoeken hoe de vork in de steel zit. Als één ouder innerlijk gewond is en daardoor zelfs na scheiding jarenlang het gezin nog kan blijven schaden, is het enige rechtvaardige om dit zo snel mogelijk te stoppen en goed te onderzoeken, voordat bepaald wordt hoe (en of) omgang op een gezonde manier stand kan houden. Voor werk en privé ben ik op zoek gegaan naar effectieve manieren om conflicten te bemiddelen en om groepen met tegengestelde belangen dichter bij elkaar te brengen, om helderheid te krijgen achter wat er dieper speelt en hoe dit geheeld kan worden. Ik heb me hierin geschoold door opleidingen te doen in familieopstellingen, deep democracy en binnenkort geweldloze communicatie. Bij conflictbemiddeling krijg ik resultaat dat niemand verwacht (bijv. herhaaldelijk omhelzingen en blijvende vrede tussen partijen). Waardoor gebeurt dit? Omdat er op een dieper niveau wordt gewerkt: de gevoelslaag wordt betrokken en gevoeligheden kunnen dan werkelijk geheeld worden. De conflicten waren deels het gevolg van projecties van eigen onderdrukte issues, en dit is vaak het geval bij conflicten. Ik ken dus de grote potentie voor conflictresolutie, en ken ook de enorme onmacht en nood waar mensen zich in bevinden bij scheidingen, met alle gevolgen voor betroffen kinderen. Ik begrijp nu dat het ministerie open staat voor oplossingen. Dat biedt perspectief!

Geef een beschrijving van de huidige situatie van het probleem

De hulpverlening is vaak ontoereikend, niet aanwezig, niet vindbaar of soms zelfs contraproductief, begrijp ik van mijn eigen ervaringen en die uit de genoemde kring. Als voorbeeld van het laatste weet ik van een voogd die volledig is ingepakt door de ouder die voor hem niet lastig is, en de problemen van zijn kind niet ziet en werken eraan tegenhoudt. De voogd heeft invloed op de rechter, die beslist waar het kind straks komt te wonen. Mijn observaties hier zijn eenzijdig en er zijn vast ook veel positieve gevallen. Toch blijft dat er geen beproefde aanpak is bij persoonlijkheidsstoornissen en er zijn veel vechtscheidingen, dus hulpverlening is nog weinig effectief. Als vanaf het begin meer inzicht zou zijn in persoonlijkheidsstoornissen, en hulpverlening vanaf de start van problemen snel wordt ingezet en effectief is via een gevoelsgerichte methode, zouden vechtscheidingen veel minder voorkomen. Waarom is hulpverlening niet effectief? Ik heb aan den lijve twee onderdelen ervan ervaren: het niveau van medewerkers van Jeugdzorg en van de Raad van Kinderbescherming, en het beperkte format van en tijd voor hun onderzoek. Ik ben bijzonder teleurgesteld. In een land als Nederland waar we goed onderwijs hebben, waarom zijn deze medewerkers die onderzoek moeten doen niet wetenschappelijk opgeleid? Waarom zijn ze niet oprecht nieuwsgierig, streven ze amper naar neutraliteit en objectiviteit? Waarom is empathie met een ouder een vies woord voor een voogd? En waarom wordt bij de Raad zo star vastgehouden aan een star onderzoeksformat dat weinig ruimte geeft aan de werkelijkheid? Als ouder word je er makkelijk cynisch van, en bang voor ‘hulpverleners’, die dossiers en rapporten van een beroerd niveau schrijven, op basis van subjectieve onderzoeken (in lijn met de eerdere onderzoeken om de eigen organisatie niet af te vallen). Rapporten die een rechter vervolgens wel serieus neemt. Voor mij de reden om niet snel weer een traject in te gaan, ondanks één goede ervaring (Ouderschap Blijft), want stel je voor dat je het dit keer weer minder treft. Voor begeleidingstrajecten als er meer speelt, mist er vaak maatwerk. En als er een psychologisch onderzoek wordt gevraagd door de rechter kon Jeugdzorg (één geval in mijn kring) er niet voor zorgen dat beide ouders bij één instantie op dezelfde wijze werd onderzocht. Het is maar de vraag of een persoonlijkheidsstoornis zo gevonden wordt.

Welke andere kijk of benaderingswijze breng je in?

Is het tijd om de psychische gesteldheid van ouders, m.n. het inlevingsvermogen in, en capaciteit tot verantwoord gedrag ten opzichte van, de kinderen, mee te laten spelen bij bepaling van omgangsregeling en gezag? Om dit in te schatten is een psychologische test mogelijk, maar ook medewerkers van de Raad voor Kinderbescherming en van Jeugdzorg zouden dit beter moeten kunnen herkennen. Hiervoor - en ueberhaupt - is het wenselijk dat ze echt wetenschappelijk geschoold zijn - of dit niveau hebben - als ze onderzoek leveren of de rechter adviseren. Het gaat om onze kinderen en goede objectieve waarneming en echt open staan vereist een hoog niveau, dat nu vaak niet wordt gehaald. Het kader van begrip is nog vaak beperkt. Daarom stel ik voor dat medewerkers getraind worden in het behouden van neutraliteit als begeleider; leren ruimte geven en ervoor zorgen dat mensen werkelijk gehoord worden, niet alleen pro forma. Ze dienen ook te leren hoe je het gevoelsniveau betrekt, begrijpt en verdiept, op zoek naar de waarheid omdat dit naar conflictresolutie kan leiden. Hiervoor zouden ze bijgeschoold moeten worden in begeleiden via geweldloze communicatie en deep democracy. Ook zouden ze zelf ervaringen moeten krijgen met opstellingen, omdat ze dan meer gevoel krijgen voor de oorsprong van conflicten en gevoel krijgen wanneer dit als maatwerktraject ingezet kan worden. Ook de ruimte en tijd die medewerkers krijgen, en het format waarin ze moeten werken, is bepalend voor de kwaliteit van het onderzoek. Ook dit is aan onderzoek toe als begeleiding moet verbeteren. Voor begeleidingstrajecten als er meer speelt mist er vaak maatwerk. We kunnen niet iedereen in een format duwen. Dus als er geen bestaand traject is, zou er nog altijd een optie maatwerk mogelijk moeten zijn. En dat zou bijv. opstellingen kunnen zijn, zoals opvoedopstellingen of familieopstellingen, bij externe hulpverleners. Het kan ook zijn dat het bijvoorbeeld nodig is dat er een formule ter plekke bedacht moet worden als er geen goede aanpak is. Hier lijkt nog geen ruimte voor te zijn. Als eerder wordt ontdekt dat er sprake is van een ziektebeeld bij een van de ouders, helpt het als de rechter het kader (grenzen) trekt, zodat de meer gezonde ouder de energie niet hoeft te verspillen op de onmogelijke taak om bijv. grenzeloos gedrag te begrenzen. Dat kader levert meer veiligheid op voor de betroffen kinderen dan wanneer de andere ouder dit doet. Het zou fijn zijn om hierover in dialoog te gaan met wie hierover gaat: politici of rechters? Ik wil samen met collega's in het vak bijscholingstrajecten voor medewerkers van de Raad en van Jeugdzorg opzetten. Daarnaast wil ik het stramien waarin gewerkt moet worden, het onderzoeksformat, maar ook de praktische kaders waar enkel beperkt resultaat uit kan komen op praktische wijze onderzoeken op zoek naar verbetering. Dat zou ik graag doen mbv deep democracy technieken met een groep van diverse betrokken partijen. Naast het verplichte ouderschapsplan moet het volgens mij verplicht worden om een bemiddelaar erbij te betrekken. Maar dan bedoel ik bemiddelaars die niet (enkel) in traditionele mediation geschoold zijn, maar op de gevoelslaag geschoolde bemiddelaars, zoals een deep democracy-geschoolde begeleider. Als dit niet eens pas in fase 3, maar ook in fase 2 al wordt ingezet als de eerste problemen zich melden, dan kunnen veel problemen en mogelijk zelfs scheidingen worden afgewend. Zijn we het niet verplicht aan de kinderen om dit te proberen? En als deze aanpak in fase 3 wordt ingezet kan vaker worden voorkomen dat scheidingen vechtscheidingen worden. Hiervoor is het nodig om gevoelsgerichte bemiddeling breed betaalbaar te maken, eventueel via de aanvullende zorg. De keuzemogelijkheden van bemiddeling zouden daarnaast goed bekend en vindbaar moeten worden gemaakt. Ik zie dit nog niet haalbaar zolang er nog geen bewijs is: wetenschappelijk bewijs. Gevoelsgerichte bemiddelingsmethodes zijn wetenschappelijk nog onvoldoende onderzocht. Een vriendin - mediator, juriste, opsteller en ervaringsdeskundig - en ik zouden beiden willen promoveren op de effectiviteit van deze methodes (zij op opstellingen en ik op de effectiviteit van deep democracy). Als we leren hoe conflicten tussen twee mensen opgelost kunnen worden door de gevoelslaag te betrekken, leert ons dit ook iets algemeners voor andere conflicten. De hele samenleving kampt tenslotte momenteel met onderbuikgevoelens die meer bepalen dan we lief zijn. Ik heb een journalistieke achtergrond en hoop mijn onderzoek te kunnen doen met gebruik van video om de resultaten in een documentaire te kunnen verwerken. Dit zien kan ervoor zorgen dat mensen geïnspireerd raken om hun relatieproblemen anders te bezien en met gevoelsgerichte bemiddeling en opstellingen aan te pakken. Ik begrijp ook dat dit een extra complicerende factor kan zijn van trajecten. Video is niet doorslaggevend, maar wenselijk voor verspreiding als de gevoelsgerichte methodes effectief blijken.

Wat heb je nodig om verder te komen?

Ik zoek hulp van het Ministerie van Justitie voor de juiste contacten en voor extra budget voor bijscholing met gevoelsgerichte bemiddeling bij Jeugdzorg en bij de Raad voor Kinderbescherming. Ik wil graag in samenwerking met deze instanties deze bijscholing opzetten als pilot, startend in één regio. Bij succes kan dit dan uitgebouwd worden. Selectie van mijn plan maakt het makkelijker om interesse hiervoor te wekken bij de Raad en bij Jeugdzorg. Daarnaast wil ik samen met de diverse stakeholders in een breed deep democracy traject onderzoeken hoe we het huidige onderzoeksstramien kunnen veranderen in een format/aanpak dat meer oplevert voor het welzijn van kinderen, doordat het ouders niet verder van elkaar vervreemdt. Ook hier kan ik steun, financiering en contacten van het Min. v. J gebruiken. Dit alles zou het best gebeuren in verbondenheid met een universiteit. Ik stel me twee promotieplekken en bijbehorende financiering voor, voor onderzoek naar de effectiviteit van gevoelsgerichte bemiddelingsmethodes. Ik zou graag één van die plekken willen. Ik wil me richten op het effect van deep democracy in groepsprocessen met ouders met o.a. persoonlijkheidsstoornissen waardoor ze minder rekening houden met het belang van anderen, noch dat van hun kinderen, terwijl ze dit goed weten te verbloemen. Als financiering geregeld kan worden is het makkelijker om een goede plek en promotor te vinden die kan helpen dat we het onderzoek degelijk en wetenschappelijk verantwoord opzetten.

Reacties

Hulpverlening is dweilen met de kraan open. Het gaat om de vraag hoe vechtscheidingen voorkómen kunnen worden.

Daarvoor is nodig dat de positie van ouders vooraf beter wordt geregeld, evenals de zorgtaken, zodat er door duidelijkheid vooraf geen aanleiding meer is voor strijd.

22 november 2016
Anonymous

RvdK en Bjz zijn maatschappelijk werkers die 'onderzoek' doen middels enkele ongestructureerde gesprekken.

Dat maakt het logisch dat er geen zinvolle adviezen uit komen, waardoor er vooral schade wordt aangericht.

22 november 2016
Anonymous
Referentienr.: 

743

Slotbijeenkomst

Meld je nu aan
Voor je gevoel kunnen papa en mama helemaal niet uit elkaar.
Kind

Inzendingen

Volg ons ook op