Uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2019:537

Inhoudsindicatie

De rechtbank wijst de verzoeken van de vader tot vervangende toestemming voor erkenning en tot contactherstel toe, ondanks de bezwaren van de moeder en het kind en de andersluidende adviezen van de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming. Het kind wordt bijna 12 jaar en zal zelf ook nog toestemming moeten geven voor de erkenning door de vader.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2019-02-14
Publicatiedatum
2019-02-12
Zaaknummer
C/16/436708 / FO RK 17-631
Procedure
Eerste aanleg – enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zittingsplaats
Utrecht

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummers:

C/16/436708 / FO RK 17-631 vervangende toestemming erkenning

C/16/432173 / FO RK 17-206 omgang

Beschikking van 14 februari 2019

in de zaak van


[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. C.J.A. Snouckaert van Schauburg-Buchwaldt,

tegen


[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. T.C.P. Christoph,

met als belanghebbenden

mr. A.M. Bruin,

kantoorhoudende te Amersfoort,

in haar hoedanigheid van bijzondere curator

over de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] ,

de gecertificeerde instelling

Samen Veilig Midden-Nederland,

locatie [plaatsnaam] ,

hierna te noemen: de GI.

1 Verdere verloop van de procedure

1.1. 

Op 30 mei 2017 heeft deze rechtbank een eerdere (tussen)beschikking gegeven, welke beschikking is verbeterd bij herstelbeschikking van 5 juli 2017. Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar die beschikking.

1.2. 

Nadien heeft de rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het advies van 8 augustus 2017 van de bijzondere curator,

  • het rapport van 22 februari 2018 van de Raad voor de Kinderbescherming,

  • de brief van 20 maart 2018 van de vader, met bijlage,

  • het faxbericht van 11 april 2018 van de moeder, met bijlagen.

1.3. 

De behandeling van de zaak is voortgezet ter terechtzitting met gesloten deuren van 17 april 2018. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

1.4. 

Nadien heeft de rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:

  • de brief van 24 juli 2018 van de Raad voor de Kinderbescherming,

  • de brief van 25 juli 2018 van de vader,

  • het rapport van 14 november 2018 van de Raad voor de Kinderbescherming,

  • het faxbericht van 19 december 2018 van de moeder.

1.5. 

De kinderrechter heeft op 8 januari 2019 met de minderjarige [voornaam van minderjarige] gesproken.

1.6. 

De behandeling van de zaak is voortgezet ter zitting met gesloten deuren van 10 januari 2019. Hierbij zijn verschenen:

  • de vader met zijn advocaat,

  • de moeder met haar advocaat,

  • de bijzondere curator,

  • de heer [A] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad), locatie [plaatsnaam] ,

  • mevrouw [B] , gezinsvoogd, namens de GI.

2 Vaststaande feiten

2.1. 

Hiervoor verwijst de rechtbank naar de beschikking van 30 mei 2017.

2.2. 

Bij beschikking van 17 april 2018 van deze rechtbank is [voornaam van minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, met ingang van 17 april 2018 tot 17 april 2019.

3 Beoordeling van het verzochte

3.1. 

Partijen zijn het oneens over de erkenning van [voornaam van minderjarige] door de vader en de vaststelling van een omgangsregeling tussen [voornaam van minderjarige] en de vader.

3.2. 

De rechtbank heeft (bij eerdere beschikking en proces-verbaal) de Raad verzocht om onderzoek te doen naar de vragen:

  • zal erkenning van [voornaam van minderjarige] door de vader de belangen van [voornaam van minderjarige] of de ongestoorde verhouding tussen de moeder en [voornaam van minderjarige] schaden?

  • is er sprake van bezwaren die in de weg staan aan het recht op omgang met elkaar dat de vader en [voornaam van minderjarige] hebben, en zo nee, welke omgangsregeling moet het meest in het belang van [voornaam van minderjarige] worden geacht?

3.3. 

De Raad heeft op 22 februari 2018 en 14 november 2018 gerapporteerd.

Volgens de Raad is [voornaam van minderjarige] een zeer kwetsbare jongen en zijn er zorgen over zijn ontwikkeling op zowel emotioneel als cognitief vlak. Het vermeende seksueel misbruik door de vader heeft een grote impact op [voornaam van minderjarige] . Er is sprake van een patstelling, waarbij de moeder en [voornaam van minderjarige] ervan overtuigd zijn dat er sprake is geweest van misbruik, terwijl de vader dit ontkent en bewijs ontbreekt.

De moeder is volgens de Raad betrokken en beschermend naar [voornaam van minderjarige] en de eenheid tussen de moeder en [voornaam van minderjarige] is sterk. De moeder belast [voornaam van minderjarige] echter met de strijd tussen de ouders. [voornaam van minderjarige] is heel loyaal naar de moeder. Het is onduidelijk in hoeverre [voornaam van minderjarige] zich een eigen beeld heeft kunnen vormen van de situatie, aangezien [voornaam van minderjarige] afhankelijk is van de moeder als hoofdopvoeder en hij spanningen uit de weg lijkt te willen gaan.

De vader maakt op de Raad een rustige en evenwichtige indruk en hij lijkt in staat om de vaderrol te vervullen. De vader is in staat om te reflecteren op zijn eigen aandeel, zich te verplaatsen in het perspectief van [voornaam van minderjarige] en zijn eigen belangen ondergeschikt te maken.

De moeder lijkt minder goed onderscheid te kunnen maken tussen de belangen en behoeften van haarzelf en die van [voornaam van minderjarige] .

De Raad constateert dat [voornaam van minderjarige] stellig is in zijn wens om niets met de vader te maken te hebben, los van hoe deze wens tot stand is gekomen. De wens van [voornaam van minderjarige] moet serieus worden genomen. Het feit dat [voornaam van minderjarige] zonder vader opgroeit en geen betekenisvolle relatie met hem kan opbouwen, vindt de Raad zorgelijk. In beginsel heeft een kind een relatie met beide ouders nodig voor de ontwikkeling van zijn identiteit en een positief zelfbeeld. Naarmate de tijd vordert, zal de verwijdering tussen [voornaam van minderjarige] en de vader onherstelbaar worden. De Raad heeft daarom serieus overwogen om positief te adviseren ten aanzien van de erkenning, maar adviseert toch negatief. Volgens de Raad is er sprake van een contra-indicatie, gelet op de kwetsbaarheid van [voornaam van minderjarige] en de verwachting dat een positief advies de problematiek van [voornaam van minderjarige] zal verergeren en van negatieve invloed zal zijn op zijn ontwikkeling.

De Raad vindt contactherstel tussen [voornaam van minderjarige] en de vader erg belangrijk, maar is van mening dat dit nu nog niet haalbaar is gelet op de weerstand bij [voornaam van minderjarige] . Volgens de Raad kan de gezinsvoogd in de gaten houden wanneer het sociaal emotioneel gezien haalbaar is om contactherstel te laten plaatsvinden. Het is belangrijk dat [voornaam van minderjarige] in zijn tempo kan wennen aan de vader en kan gaan inzien dat de vader niet alleen ‘negatief’ is, aldus de Raad.

3.4. 

De moeder heeft ingestemd met het advies van de Raad. Zij wil dat de verzoeken van de vader worden afgewezen.

3.5. 

De vader heeft zijn verzoeken gehandhaafd. Wel heeft de vader ter zitting verklaard dat hij zich zal neerleggen bij de beslissing van de rechtbank, als de rechter evenals de Raad het in het belang van [voornaam van minderjarige] acht dat de verzoeken worden afgewezen.

3.6. 

De bijzondere curator stemt in met het advies van de Raad. Volgens de bijzondere curator heeft de Raad het dilemma goed weergegeven en is op dit moment rust het meest in het belang van [voornaam van minderjarige] .

3.7. 

De gezinsvoogd vindt het belangrijk dat er rust is en dat [voornaam van minderjarige] en de ouders vertrouwen hebben in haar, zodat zij haar taak goed kan uitvoeren. Op dit moment wil [voornaam van minderjarige] niets, waardoor hij zich niet verder kan ontwikkelen. De gezinsvoogd vindt het lastig dat niet te voorspellen is hoe [voornaam van minderjarige] zal reageren op contact met de vader. Voor ieder kind is het belangrijk om zijn moeder en vader te kennen, maar het is lastig in deze situatie. De gezinsvoogd denkt dat het misschien nodig is dat iemand anders – de rechter – een beslissing neemt. Als de rechter zou beslissen dat contactherstel tussen [voornaam van minderjarige] en de vader nodig is, dan wil [voornaam van minderjarige] dat het contact onder begeleiding plaatsvindt. De gezinsvoogd hoopt dat de moeder dan met haar wil samenwerken om de omgang goed te laten verlopen voor [voornaam van minderjarige] . Als de rechter beslist dat contactherstel tussen [voornaam van minderjarige] en de vader op dit moment niet mogelijk is, dan zal de gezinsvoogd in de gaten houden of in de toekomst wel contactherstel mogelijk is.

3.8. 

De kinderrechter heeft met [voornaam van minderjarige] gesproken. [voornaam van minderjarige] heeft duidelijk verteld dat hij geen enkel contact wil met de vader. Hij heeft slechte herinneringen aan de vader. Inmiddels heeft [voornaam van minderjarige] de vader drie jaar niet gezien en hij wil voor de rest van zijn leven geen contact meer. [voornaam van minderjarige] wil ook niet dat de vader wordt genoemd op zijn geboorteakte. Hij is bang dat er dan problemen komen als hij met de moeder met het vliegtuig op reis gaat. Als de rechter wel zal beslissen dat [voornaam van minderjarige] contact moet hebben met de vader, dan wil [voornaam van minderjarige] dat er iemand bij het contact aanwezig is.

3.9. 

De wens van [voornaam van minderjarige] is duidelijk en de kinderrechter begrijpt deze wens. Toch denkt de kinderrechter dat het uiteindelijk goed zal zijn voor [voornaam van minderjarige] dat hij wordt erkend door de vader en dat het contact tussen de vader en [voornaam van minderjarige] , onder begeleiding, heel voorzichtig wordt hersteld. De kinderrechter heeft de volgende redenen voor deze beslissingen.

Erkenning

3.10. 

Vaststaat dat de vader de verwekker is van [voornaam van minderjarige] . Het uitgangspunt van de wet is dat zowel het kind als de verwekker er recht op hebben dat hun relatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke betrekking. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan de vervangende toestemming worden onthouden, namelijk in het geval dat de belangen van het kind of die van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind geschaad zouden worden als de toestemming zou worden vervangen (artikel 1: 204 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek, BW). Volgens de jurisprudentie is er slechts sprake van schade aan de belangen van het kind, indien er ten gevolge van de erkenning voor het kind reële risico’s zijn dat het wordt belemmerd in een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling.

3.11. 

De kinderrechter stelt vast dat er sprake is van (emotionele) weerstand bij de moeder, die is ontstaan na het beëindigen van hun samenwoning als gezin, tegen de erkenning van [voornaam van minderjarige] door de vader. De moeder wil niet dat de vader een band opbouwt met [voornaam van minderjarige] , want zij heeft een zeer negatief beeld van de vader. Uit de Raadsrapporten blijkt dat de moeder haar negatieve beeld van de vader (onbewust) overbrengt op [voornaam van minderjarige] . Dit heeft invloed op [voornaam van minderjarige] . Hij heeft ook een zeer negatief beeld van de vader, waarbij onduidelijk is in hoeverre dit beeld door zijn eigen ervaringen met de vader is gevormd. Ook vangt [voornaam van minderjarige] de spanningen van de moeder over de procedure op, wat niet goed voor hem is.

Enkel door de erkenning zal de vader echter geen (fysieke) rol spelen in het leven van de moeder en [voornaam van minderjarige] . Hierdoor wordt alleen de juridische werkelijkheid in overeenstemming gebracht met de biologische werkelijkheid, door de vader te vermelden op de geboorteakte van [voornaam van minderjarige] als zijn vader. De rechter denkt dat het voor later belangrijk is dat in officiële papieren staat wie de vader is van [voornaam van minderjarige] , zodat niemand daarover kan twijfelen. Bovendien kan [voornaam van minderjarige] niet door een andere man dan de vader worden erkend. Op grond van de wet kan [voornaam van minderjarige] dan ook erven van de vader en kan [voornaam van minderjarige] de Nederlandse nationaliteit via de vader krijgen. Enkel door de erkenning krijgt de vader geen zeggenschap over [voornaam van minderjarige] . De moeder blijft alleen belast met het gezag en zal de belangrijke beslissingen voor [voornaam van minderjarige] blijven nemen. De moeder hoeft voor vakanties met [voornaam van minderjarige] daarom geen toestemming van de vader te krijgen. Door de erkenning zal de geslachtsnaam van [voornaam van minderjarige] ook niet veranderen.

Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat niet is gebleken dat de erkenning van [voornaam van minderjarige] door de vader de belangen van [voornaam van minderjarige] of de ongestoorde verhouding tussen de moeder en [voornaam van minderjarige] zal schaden. Nu het verwekkerschap van de man vaststaat, acht de rechtbank het juist in het belang van [voornaam van minderjarige] dat hij in een familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan. Het verzoek van de vader zal daarom worden toegewezen, zodat de vader [voornaam van minderjarige] kan erkennen.

3.12. 

De declaratoire aard van deze beslissing staat uitvoerbaar bij voorraadverklaring van deze beslissing in de weg. De kinderrechter zal het verzoek tot uitvoerbaar bij voorraadverklaring dan ook afwijzen.

3.13. 

Op het moment dat de vader bij de gemeente de erkenning van [voornaam van minderjarige] kan regelen, zal [voornaam van minderjarige] inmiddels 12 jaar oud zijn. In de wet staat dat kinderen van 12 jaar en ouder ook zelf toestemming moeten geven voor de erkenning. Hiervoor is uitgelegd welke gevolgen de erkenning (niet) zal hebben, zodat [voornaam van minderjarige] goed kan bedenken of hij toestemming wil geven.

Als [voornaam van minderjarige] geen toestemming geeft, dan kan de vader nogmaals vervangende toestemming vragen aan de rechter, dit keer voor de toestemming van [voornaam van minderjarige] in plaats van de toestemming van de moeder. De vader weet nog niet of hij dit zal gaan doen.

Omgang

3.14. 

De kinderrechter vindt het in het belang van [voornaam van minderjarige] dat het contact tussen hem en de vader wordt hersteld. Dit zal op een rustige en veilige manier moeten gebeuren, onder begeleiding van een door de gezinsvoogd aan te wijzen persoon.

Hoewel [voornaam van minderjarige] duidelijk heeft gezegd dat hij de vader niet wil zien, denkt de rechter dat het uiteindelijk goed zal zijn voor [voornaam van minderjarige] om de vader weer te zien. Op dit moment heeft [voornaam van minderjarige] een heel negatief beeld van de vader. [voornaam van minderjarige] heeft de vader al jaren niet gezien en de verwachting is dat [voornaam van minderjarige] dit negatieve beeld van de vader altijd zal houden als hij hem niet meer ziet. Het is voor een kind erg lastig om zo slecht te denken over een van de ouders, aangezien het kind voor de helft afstamt van die ouder. Zeker in de puberteit gaat een kind zich afvragen in hoeverre hij op zijn ouders lijkt, wat van invloed is op zijn zelfbeeld. Het is daarom belangrijk dat [voornaam van minderjarige] de kans krijgt om een actueel en beter beeld te krijgen van de vader. Dit is nodig voor de ontwikkeling van de identiteit van [voornaam van minderjarige] . Dat de moeder ruzie heeft met de vader en hem niet meer als partner wil, wil niet zeggen dat de vader geen goede vaderrol voor [voornaam van minderjarige] kan vervullen.

Uit de Raadsrapporten blijkt dat de vader een rustige en evenwichtige indruk maakt en dat hij zijn eigen belang ondergeschikt maakt aan het belang van [voornaam van minderjarige] . Volgens de Raad is niet gebleken dat contactherstel onveilig zou zijn. Gebleken is dat de vader ermee instemt dat de omgang maar kort zal duren en onder begeleiding zal plaatsvinden, in het belang van [voornaam van minderjarige] .

Volgens alle belanghebbenden heeft [voornaam van minderjarige] behoefte aan rust. De kinderrechter verwacht dat het voor [voornaam van minderjarige] juist rust kan geven om een ander, minder negatief, beeld te krijgen van de vader.

3.15. 

De kinderrechter zal beslissen dat er contact moet komen tussen [voornaam van minderjarige] en de vader, maar het contact zal beperkt zijn en onder begeleiding, zodat [voornaam van minderjarige] zich veilig voelt. De rechter zal een omgangsregeling vaststellen, waarbij [voornaam van minderjarige] en de vader minimaal eenmaal per half jaar contact hebben met elkaar, gedurende minimaal één uur. De omgang vindt plaats onder begeleiding van een door de gezinsvoogd aan te wijzen persoon en op een door haar aan te wijzen plaats. Gebleken is dat [voornaam van minderjarige] en partijen vertrouwen hebben in de gezinsvoogd. De gezinsvoogd zal beoordelen hoe de omgang verloopt en wat daarbij in het belang van [voornaam van minderjarige] is. De gezinsvoogd kan de omgang eventueel uitbreiden in frequentie en duur. Gelet op de betrokkenheid van de gezinsvoogd ziet de kinderrechter geen aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van het verloop van de omgang.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1. 

verleent aan [de man], geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , toestemming om [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , te erkennen,

4.2. 

stelt de volgende omgangsregeling vast:

[voornaam van minderjarige] en de vader hebben minimaal eenmaal per half jaar contact met elkaar, gedurende minimaal één uur. Het contact vindt plaats onder begeleiding van een door de gezinsvoogd aan te wijzen persoon en op een door haar aan te wijzen locatie,

4.3. 

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van het bepaalde onder 4.2.,

4.4. 

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Verouden als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2019.

..

Bron: Rechtspraak.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.